Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , V-nummer: [v-nummer] , verzoekster
[kind]
Rechtbank Den Haag
Verzoekster maakte bezwaar tegen haar voorgenomen feitelijke overdracht naar Italië op 23 november 2022 en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat de overdracht zou worden uitgesteld totdat op het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die de rechtmatigheid van de overdracht zouden aantasten, aangezien deze gronden reeds in een eerdere beroepsprocedure waren beoordeeld en ongegrond verklaard. Tevens was gebleken dat de Italiaanse autoriteiten tijdig waren geïnformeerd over de komst van verzoekster en haar minderjarige dochter.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bezwaar van verzoekster geen redelijke kans van slagen had en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen recht op proceskostenvergoeding en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de feitelijke overdracht aan Italië is afgewezen.