ECLI:NL:RBDHA:2022:13154
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Verzoeker heeft bij besluit van 29 december 2021 een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen gekregen. Na bezwaar en een daarop volgend besluit van 8 maart 2022 waarin het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard, heeft verzoeker beroep ingesteld. Tijdens de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening bleek dat het verzoekschrift geen gronden bevatte, hetgeen een vereiste is volgens de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter heeft verzoeker bij brieven van 11 en 28 februari 2022 verzocht alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen. Hierdoor is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, wat betekent dat het verzoek niet inhoudelijk is behandeld.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.