ECLI:NL:RBDHA:2022:13155
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring aanvraag verblijfsvergunning afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en vastgesteld dat het beroepschrift geen gronden bevatte, zoals vereist op grond van artikel 6:5 Awb Pro. De rechtbank heeft eiser twee maal schriftelijk verzocht alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Gezien het ontbreken van gronden verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag verblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.