ECLI:NL:RBDHA:2022:13156
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van gronden bij afwijzing verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd werd afgewezen en het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat het geen gronden bevatte, zoals vereist op grond van artikel 6:5 Awb Pro. De rechtbank heeft eiser twee maal schriftelijk verzocht alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Daarom heeft de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 Awb Pro niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het beroep niet inhoudelijk is behandeld. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.