ECLI:NL:RBDHA:2022:13164
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaar of beroep
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 9 maart 2022 is afgewezen. Tegen dit primaire besluit is bezwaar gemaakt en op 30 mei 2022 is op dat bezwaar beslist.
Verzoeker heeft vervolgens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter. Volgens artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een dergelijk verzoek alleen ontvankelijk indien er een bezwaar of beroep aanhangig is.
Omdat op het bezwaar reeds is beslist en er geen beroep is ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn, is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van aanhangig bezwaar of beroep.