ECLI:NL:RBDHA:2022:13168
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden bij afwijzing verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn bezwaar tegen de afwijzing van een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank beoordeelde het beroepschrift en constateerde dat dit geen gronden bevatte, hetgeen vereist is op grond van artikel 6:5, eerste lid, Awb. De rechtbank heeft eiser twee maal schriftelijk verzocht alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro, wat inhoudt dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag zonder zitting.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.