ECLI:NL:RBDHA:2022:13172
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaar of beroep
Verzoeker heeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door verweerder bij besluit van 8 maart 2022 is afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Verweerder heeft op 30 mei 2022 op het bezwaar beslist.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een verzoek om voorlopige voorziening alleen kan worden gedaan indien er een bezwaar of beroep aanhangig is. Nu het bezwaar reeds is afgehandeld en er geen beroep is ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn, ontbreekt de noodzakelijke connexiteit.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.