ECLI:NL:RBDHA:2022:13277
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van eerwraakrisico bij terugkeer naar Irak
Eiseres, een Iraakse vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van haar vrees voor eerwraak vanwege haar weigering te trouwen omdat zij geen maagd meer is. Zij stelde dat zij bij terugkeer naar Irak door haar familie, stam of echtgenoot gedood zou worden.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat hij de geloofwaardigheid van de verklaringen wel erkende, maar het risico op verstoting, foltering of doodslag niet aannemelijk vond. De rechtbank oordeelde dat de vrees gebaseerd is op een onzekere toekomstige gebeurtenis zonder concrete aanwijzingen. Eiseres kon geen specifieke aanleiding voor haar vlucht geven en had onvoldoende onderbouwd dat haar familie streng vasthoudt aan de gebruiken.
Daarnaast werd geoordeeld dat eiseres niet voldeed aan het beleid voor alleenstaande vrouwen, omdat zij nog contact had met haar ouders en niet aannemelijk had gemaakt dat zij als alleenstaande vrouw moest worden aangemerkt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijkheid van het risico op eerwraak.