ECLI:NL:RBDHA:2022:13278
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens verblijfsvergunning in Bulgarije
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon, heeft in Bulgarije reeds een verblijfsvergunning voor asiel ontvangen. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde zijn asielaanvraag in Nederland niet-ontvankelijk op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat ervan uitgegaan mag worden dat Bulgarije zijn verdragsverplichtingen nakomt.
Eiser voerde aan dat hij in Bulgarije geen adequate medische zorg en financiële ondersteuning ontvangt en mishandeld is, waardoor terugkeer onacceptabel zou zijn. Hij overhandigde medische stukken en stelde dat hij ondanks inspanningen geen huisvesting of werk kon vinden.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Bulgarije geen bescherming kan krijgen of dat de Bulgaarse autoriteiten ontoelaatbare onverschilligheid tonen. Zijn verblijf van zes weken in Bulgarije en het ontvangen van een identiteitsdocument duiden op een reële kans om zijn rechten te effectueren.
De rechtbank concludeerde dat de hoge drempel uit het arrest Ibrahim niet is gehaald en dat verweerder terecht de aanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.