Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse vreemdeling, is op 10 juli 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is genomen vanwege het risico dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken, onderbouwd met zowel zware als lichte gronden zoals het ontbreken van een reisdocument en het niet naleven van verplichtingen.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen deze maatregel en tevens gevraagd om schadevergoeding. Hij betwist de gronden van bewaring niet, maar stelt dat verweerder onterecht geen lichter middel heeft toegepast, mede omdat hij bereid is uit eigen beweging te vertrekken.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom bewaring noodzakelijk is en waarom een lichter middel niet volstaat. Verweerder heeft gewezen op het ontbreken van reisdocumenten, het ontbreken van initiatieven om deze te verkrijgen, en het dagelijks alcoholgebruik van eiser, waardoor het risico op onttrekking reëel is. Eiser heeft geen persoonlijke omstandigheden aangevoerd die het risico op onttrekking wegnemen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.