ECLI:NL:RBDHA:2022:13298
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoekster heeft tegen het besluit van 30 augustus 2022, waarbij haar asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen, beroep ingesteld bij de rechtbank. Tevens heeft zij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 14 oktober 2022 behandeld. Verzoekster was hierbij aanwezig en werd bijgestaan door een gemachtigde en tolk. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Naar aanleiding van de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.17568) is de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er is ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.C.J. van Dooijeweert en griffier Ż.A. Meinert en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld en de voorziening niet langer nodig is.