ECLI:NL:RBDHA:2022:13344
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek uit Ghana wegens onvoldoende persoonlijke onveiligheid en kennelijke ongegrondheid
Eiser, een Ghanees, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij in Ghana was mishandeld en niet veilig was vanwege valse beschuldigingen en politieachtervolging. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat Ghana als veilig land van herkomst geldt en eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk gevaar liep.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser over zijn problemen in Ghana vaag en tegenstrijdig waren, waardoor zijn verhaal niet overtuigend was. Hoewel eiser stelde dat hij geen bescherming van de autoriteiten kon verwachten, ontbrak het aan bewijs daarvoor. Ook het verzoek om uitstel van vertrek vanwege een lopende strafzaak werd afgewezen, omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat zijn aanwezigheid noodzakelijk was.
De rechtbank bevestigde het terugkeerbesluit en het opgelegde inreisverbod van twee jaar. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit met inreisverbod wordt bevestigd.