Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (verweerder)
Inleiding
Standpunten van partijen
Beoordeling door de rechtbank
ex-tuncmoet toetsen. Ex-tunc betekent dat de rechtbank de rechtmatigheid van het bestreden besluit toetst aan het moment dat het bestreden besluit is genomen. Dit betekent ook dat de huidige oorlogssituatie in Oekraïne, zoals deze zich heeft ontwikkeld na het bestreden besluit niet bij de beoordeling zal worden betrokken. Hierbij wijst de rechtbank er ook op dat eisers zich nadrukkelijk op het standpunt hebben gesteld niet de Oekraïense nationaliteit te bezitten. Voor zover eisers toch zouden menen dat zij op grond van de gewijzigde situatie in Oekraïne in aanmerking komen voor vluchtelingschap of een subsidiaire beschermingsstatus, staat het hun uiteraard vrij om een asielaanvraag in te dienen.
illegaalin Oekraïne verblijft. Dit is bij eisers niet het geval, en zoals verweerder in het verweerschrift van 3 november 2021 terecht heeft opgemerkt is niet gebleken dat het voor eisers onmogelijk is om de documenten die in de brief genoemd worden over te leggen en heeft verweerder er terecht op gewezen dat zij bij hun eerste asielaanvraag een staatlozenpaspoort hebben overgelegd.
“ In de vorige brief van 27 oktober 2011 (…) heeft het Staatsdepartement voor Naturalisatie, Immigratie en Registratie van natuurlijke personen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken van de Oekraïne de readmissie (terugkeer) naar de Oekraïne van de familie [eisers] bevestigd.
‘voor welke personen in de toekomst geen rechtsbesluit over hun verder status genomen kan worden’kan in deze context niet gezien worden als een afwijzing van een naturalisatieverzoek. Tijdens de procedures in Oekraïne hebben eisers bovendien meermalen aangegeven niet in Oekraïne maar in de Verenigde Staten te willen verblijven. Eisers hebben nooit een naturalisatieverzoek ingediend bij de Oekraïense autoriteiten. Het verslag, door eisers zelf opgemaakt, van een bezoek aan de Oekraïense ambassade op 22 februari 2013 ziet op het verkrijgen van Oekraïense reisdocumenten, waarvan de ambassadeur zegt dat hij deze niet af kan geven omdat eisers niet de Oekraïense nationaliteit bezitten. Het gaat niet over het alsnog kunnen verkrijgen van de Oekraïense nationaliteit.
Staatloosheid, een mondiaal probleem (2016)’, staat dat stateloosheid vooral voorkomt bij inwoners van de voormalige Sovjet-Unie die zonder wettig verblijf en identiteitsdocumenten in Oekraïne verblijven, en die niet de nationaliteit van Oekraïne of een ander opvolgerstaat hebben weten te verkrijgen door juridische, administratieve en financiële obstakels. Dit is echter onvoldoende voor de conclusie dat ook eisers deze nationaliteit niet kunnen verkrijgen. Eisers hebben nooit geprobeerd de Oekraïense nationaliteit te verkrijgen. Dat dit voor eisers bij voorbaat zinloos zou zijn, volgt niet uit deze informatie.
definitievebevestiging van wedertoelating te geven. De beroepsgrond slaagt niet.
kanvoldoen. Hoewel het verdrag geen expliciet onderscheid maakt tussen statelozen die wel en statelozen die niet de nationaliteit van een land kunnen verkrijgen, is naar het oordeel van de rechtbank dit onderscheid wel van belang voor de beantwoording van de vraag of het gaat om een eis waar eisers niet aan
kunnenvoldoen. Zoals hiervoor is overwogen hebben eisers niet aannemelijk gemaakt dat zij de Oekraïense nationaliteit niet kunnen verkrijgen en ook niet dat zij niet zullen worden toegelaten tot Oekraïne. Dit maakt dat in het geval van eisers niet voldaan is aan de voorwaarden van artikel 6. Immers, van de situatie dat zij vanwege hun stateloosheid niet kunnen voldoen aan het mvv-vereiste is geen sprake.