Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 12 september 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Overwegingen
further distinguishing featuresnaar voren te brengen. Tot slot stelt hij gevaar te lopen door zijn Igbo etniciteit, omdat hij door de autoriteiten geassocieerd kan worden met IPOB. [8]
In het arrest [naam 3] heeft het EHRM geoordeeld dat indien een vreemdeling tot een kwetsbare minderheidsgroep in zijn land van herkomst behoort, waarbij van belang kan zijn dat hij persoonlijk reeds nadelige gevolgen heeft ondervonden als lid van deze groep, en deze groep in het algemeen geen bescherming tegen mensenrechtenschendingen kan verkrijgen, kan worden aangenomen dat deze vreemdeling bij terugkeer naar het land van herkomst een reëel risico loopt op een met artikel 3 van Pro het EVRM strijdige behandeling. Hij hoeft dan geen
further special distinguishing featuresnaar voren te brengen waaruit dat risico valt af te leiden. Eiser heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat hij tot een kwetsbare minderheidsgroep behoort. Uit het landgebonden beleid ten aanzien van Nigeria blijkt dat de Igbo-bevolking, waartoe eiser behoort, niet wordt aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep. [11] Voor zover eiser stelt dat tot een kwetsbare minderheidsgroep behoort omdat hij gezien wordt als aanhanger van [naam 2], wordt hij daarin niet gevolgd. Dit betreft immers geen specifieke groep personen en eiser wordt niet als aanhanger gezien omdat de Nigeriaanse autoriteiten op de hoogte zijn van zijn ontvoering en gedwongen verblijf bij [naam 2].