ECLI:NL:RBDHA:2022:13398

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 december 2022
Publicatiedatum
13 december 2022
Zaaknummer
NL22.19194
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen besluit geen rechtmatig verblijf EU-burger

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin is vastgesteld dat hij geen rechtmatig verblijf als EU-burger heeft. Dit bezwaar is kennelijk ongegrond verklaard. Vervolgens heeft verzoeker beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit op te schorten totdat op het beroep is beslist.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank heeft bij uitspraak in de hoofdzaak het beroep ongegrond verklaard, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond is afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter K.M. de Jager en griffier A.S. Hamans en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit dat verzoeker geen rechtmatig verblijf als EU-burger heeft, is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.19194

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: drs. B.H. Wezeman).

Procesverloop

Bij besluit van 30 augustus 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen de vaststelling dat hij geen rechtmatig verblijf als EU-burger heeft kennelijk ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft beroep (NL22.19193) ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden opgeschort totdat op het beroep is beslist.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om met spoed op het verzoek te beslissen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft meegedeeld geen aanleiding te zien om het verzoek versneld te behandelen.
De voorzieningenrechter doet thans uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag in de zaak met nummer NL22.19193 heeft de rechtbank het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft, ongegrond verklaard. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.