Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Nederland heeft een verzoek tot terugname aan Italië gedaan, dat is geaccepteerd.
Eiser betoogt dat hij in Italië een reguliere verblijfsvergunning had en daarom op grond van artikel 12 van Pro de Dublinverordening overgedragen moet worden. Tevens vreest hij dat hij in Italië onder mensonterende omstandigheden zal verblijven, wat strijdig zou zijn met artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank constateert echter dat het claimakkoord met Italië op grond van artikel 18 Dublinverordening Pro rechtsgeldig is en dat de stukken van eiser onvoldoende onderbouwing bieden voor zijn stelling over de verblijfsvergunning.
De rechtbank benadrukt het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij Nederland mag vertrouwen op de nakoming van verdragsverplichtingen door Italië. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit anders is. Zijn vrees voor slechte opvang en uitbuiting in Italië is onvoldoende onderbouwd en hij heeft nagelaten bescherming bij Italiaanse autoriteiten te zoeken.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.