ECLI:NL:RBDHA:2022:13427
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot teruggeleiding van kinderen wegens verzet in internationale kinderontvoering
De vader verzocht de rechtbank om de onmiddellijke terugkeer van zijn kinderen naar Polen te gelasten, nadat de moeder zonder zijn toestemming met hen naar Nederland was verhuisd. De rechtbank stelde vast dat de overbrenging naar Nederland ongeoorloofd was volgens het Haagse Verdrag internationale kinderontvoering.
De rechtbank voerde gesprekken met beide kinderen en stelde vast dat zij voldoende rijp zijn om hun mening te vormen en dat zij zich duidelijk tegen terugkeer naar Polen verzetten. De kinderen gaven aan dat zij in Nederland gelukkig zijn, beter op school gaan, vrienden hebben en een warm contact met familie van de moeder onderhouden. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat het verzet van de kinderen niet authentiek was of dat zij onder druk stonden van de moeder.
Gezien het verzet van de kinderen en hun welzijn in Nederland, wees de rechtbank het verzoek tot teruggeleiding af. Daarnaast werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan de moeder. De rechtbank benadrukte de zorgelijke situatie van de ouders en raadde hen aan hulp te zoeken om een veilig opvoedklimaat te creëren voor de kinderen.
Uitkomst: Het verzoek tot teruggeleiding van de kinderen naar Polen wordt afgewezen vanwege het verzet van de kinderen.