Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2] ,
Rechtbank Den Haag
In deze civiele bodemzaak tussen buren staat centraal de verkrijgende verjaring van een driehoekje grond dat oorspronkelijk eigendom was van de gemeente en in bruikleen was gegeven aan een derde partij. Eiser heeft dit driehoekje grond sinds 1985 in bezit genomen door afsluiting en gebruik, wat de rechtbank voldoende acht voor eigendom door verjaring. De gemeente had maatregelen moeten treffen om verjaring te voorkomen, maar heeft dit nagelaten.
Daarnaast is in geschil of een aangrenzend perceel als openbare weg moet worden beschouwd. De rechtbank oordeelt dat het deel van het perceel dat grenst aan het driehoekje grond inderdaad een openbare weg is in de zin van de Wegenwet en dat deze niet mag worden afgesloten door de nieuwe eigenaar. De schutting die door gedaagden is geplaatst moet worden verwijderd en de bestrating hersteld.
De rechtbank veroordeelt gedaagden tot medewerking aan de notariële levering van het driehoekje grond aan eiser en legt dwangsommen op voor het niet nakomen van deze verplichtingen. Ook worden de proceskosten aan de zijde van eiser toegewezen. De incidentele vorderingen worden afgewezen omdat het eindvonnis in de hoofdzaak is gewezen.
Uitkomst: Eiser wordt eigenaar van het driehoekje grond door verjaring en gedaagden moeten de schutting verwijderen en medewerking verlenen aan levering.