ECLI:NL:RBDHA:2022:13448
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende bewijs
Eiser, een Guinese nationaliteithebbende, vroeg asiel aan op grond van vrees voor vervolging vanwege zijn lidmaatschap van de oppositiepartij UFDG, deelname aan demonstraties, dreiging door zijn oom en problemen vanwege zijn Peul etniciteit.
Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van meerdere elementen in het asielrelaas, waaronder de geboortedatum, lidmaatschap van de UFDG, deelname aan demonstraties en de omstandigheden rond zijn vader. Eiser betwistte de zorgvuldigheid van de procedure en het oordeel over zijn geloofwaardigheid, en verwees naar psychische klachten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zorgvuldig heeft gehandeld, rekening houdend met het medisch advies van de FMMU en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn geboortedatum anders is dan geregistreerd. De rechtbank vond de verklaringen over het lidmaatschap en de demonstraties oppervlakkig en onvoldoende onderbouwd.
Ook de verwijzingen naar mensenrechtenrapporten boden geen voldoende grond voor het aannemen van vervolgingsgevaar. De rechtbank gaf geen voordeel van de twijfel aan eiser en verklaarde het beroep ongegrond.
De uitspraak bevestigt dat een asielaanvraag kan worden afgewezen als het relaas onvoldoende geloofwaardig is en de procedure zorgvuldig is gevolgd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en zorgvuldige besluitvorming.