ECLI:NL:RBDHA:2022:13449
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op afgeleid verblijfsrecht op grond van Chavez-arrest wegens ontbreken Nederlandse nationaliteit zoon
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER af te wijzen. Zij baseert haar vordering op het Chavez-arrest, stellende dat zij als ouder van een minderjarig kind met de Nederlandse nationaliteit recht heeft op een afgeleid verblijfsrecht. De Staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiseres haar identiteit en nationaliteit niet aannemelijk maakte en omdat haar zoon niet de Nederlandse nationaliteit bezit.
Tijdens de zitting vroeg eiseres om aanhouding van de procedure in afwachting van erkenning van haar zoon door zijn Nederlandse vader, wat tot verkrijging van de Nederlandse nationaliteit zou leiden. De rechtbank wees dit verzoek af vanwege onzekerheid over de timing van deze erkenning en het onderzoek naar de echtheid van het Congolese paspoort van eiseres.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet voldoet aan de cumulatieve voorwaarden voor een Chavez-verblijfsrecht, met name omdat haar zoon geen EU-burger is. Hierdoor kon het beroep niet slagen en werd het ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het griffierecht werd kwijtgescholden wegens onvoldoende middelen van eiseres.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat haar zoon niet de Nederlandse nationaliteit bezit en zij daardoor geen afgeleid verblijfsrecht heeft.