ECLI:NL:RBDHA:2022:13450

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 juli 2022
Publicatiedatum
14 december 2022
Zaaknummer
NL22.768
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsdocument EU/EER

Verzoekster had een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER, welke op 9 april 2021 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. Tegen dit primaire besluit maakte verzoekster bezwaar, dat op 21 december 2021 ongegrond werd verklaard. Verzoekster stelde vervolgens beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 11 mei 2022, samen met het beroep. Op de zitting waren beide partijen vertegenwoordigd. De voorzieningenrechter overwoog dat aangezien op dezelfde dag als deze uitspraak (21 juli 2022) de rechtbank uitspraak deed in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.767), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.768
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A.C.M. Nederveen), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. L. Verhaegh).

Procesverloop

In het besluit van 9 april 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER afgewezen.
In het besluit van 21 december 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 11 mei 2022 op zitting behandeld, samen met het beroep (NL22.767). Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.767, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
21 juni 2022

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.