ECLI:NL:RBDHA:2022:13452
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd buiten behandeling te stellen. Verzoeker heeft vervolgens het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken, met het verzoek om proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft beoordeeld of de intrekking van het beroep het gevolg was van een tegemoetkoming door de Staatssecretaris, zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht. Verzoeker heeft niet aangevoerd dat er sprake was van een dergelijke tegemoetkoming en de rechtbank heeft ook geen aanwijzingen daarvoor gevonden.
Omdat de intrekking van het beroep niet het gevolg was van het handelen van de Staatssecretaris, is er geen grond om proceskosten toe te wijzen. De rechtbank wijst daarom het verzoek om proceskostenvergoeding af en ziet geen aanleiding om de Staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming door de Staatssecretaris.