ECLI:NL:RBDHA:2022:13452

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 juni 2022
Publicatiedatum
14 december 2022
Zaaknummer
NL22.6138 en NL22.6139
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep verblijfsvergunning asiel

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd buiten behandeling te stellen. Verzoeker heeft vervolgens het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken, met het verzoek om proceskostenvergoeding.

De rechtbank heeft beoordeeld of de intrekking van het beroep het gevolg was van een tegemoetkoming door de Staatssecretaris, zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht. Verzoeker heeft niet aangevoerd dat er sprake was van een dergelijke tegemoetkoming en de rechtbank heeft ook geen aanwijzingen daarvoor gevonden.

Omdat de intrekking van het beroep niet het gevolg was van het handelen van de Staatssecretaris, is er geen grond om proceskosten toe te wijzen. De rechtbank wijst daarom het verzoek om proceskostenvergoeding af en ziet geen aanleiding om de Staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming door de Staatssecretaris.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL22.6138 en NL22.6139
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker,
V-nummer: [V-nummer] , (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. L. Verhaegh).

Procesverloop

In het besluit van 7 april 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd buiten behandeling gesteld.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op 6 mei 2022 heeft verzoeker het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat hij geen aanleiding ziet om de proceskosten te vergoeden.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dat staat in artikel 8:75a van de Awb. Daarom beoordeelt de rechtbank of verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
3. De rechtbank stelt vast dat door verzoeker niet is aangevoerd waarom in deze zaak sprake is van een tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a van de Awb. De rechtbank is ook niet gebleken dat sprake is van een dergelijke tegemoetkoming. De gemachtigde van verzoeker heeft het beroep ingetrokken in reactie op het verzoek van de rechtbank of hij nog contact heeft met eiser. Nu de intrekking van het beroep geen gevolg is van het handelen van verweerder bestaat er geen aanleiding om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
4. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
5. De voorzieningenrechter ziet gelet op het bovenstaande geen aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af;
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
22 juni 2022

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.