ECLI:NL:RBDHA:2022:13462
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen kennelijk ongegronde afwijzing asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 21 oktober 2022, waarin zijn asielaanvraag in de algemene procedure als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 25 november 2022 te Breda, waarbij verzoeker verscheen met zijn gemachtigde en een tolk. Verweerder was niet aanwezig, maar had vooraf bericht gegeven.
Gezien de uitspraak in een gelijktijdige zaak (NL22.21827) waarin op het beroep werd beslist, wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt afgewezen.