Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- verklaart het bezwaar ongegrond.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een Turkse nationaliteit dragende zelfstandige stukadoor, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid als zelfstandige. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag afgewezen omdat verzoeker geen geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) had en onvoldoende stukken had ingediend ter onderbouwing van zijn aanvraag.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek en oordeelde dat verzoeker een spoedeisend belang had omdat hij het grondgebied van de EU moest verlaten. Desondanks werd het verzoek afgewezen omdat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder niet onzorgvuldig had gehandeld door geen termijn te geven voor het indienen van aanvullende stukken, aangezien uit het beleid duidelijk bleek welke stukken noodzakelijk zijn. De stukken die verzoeker in de bezwaarfase alsnog indiende, boden onvoldoende onderbouwing, met name het ondernemingsplan en financiële documenten waren niet voldoende gedetailleerd of ondersteund.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.