ECLI:NL:RBDHA:2022:13499
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Roemenië
Verzoeker, een Syrische nationaliteit dragende persoon geboren in 1994, diende op 9 februari 2022 een asielaanvraag in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van het Dublin-verdrag, waarbij Roemenië als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De rechtbank behandelde het beroep en de voorlopige voorziening gezamenlijk op 28 november 2022 in Middelburg, waarbij partijen werden gehoord en verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en tolk.
De rechtbank besloot het onderzoek aan te houden om aanvullende stukken te ontvangen en de relevantie daarvan te beoordelen. Na sluiting van het onderzoek op 6 december 2022 werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, mede gelet op de uitspraak in een parallelle zaak (NL22.21458) waarin het beroep eveneens werd afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is afgewezen.