ECLI:NL:RBDHA:2022:13508
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen verkeersbesluit milieuzone Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft een verkeersbesluit genomen dat vrachtauto’s en personen- en bestelauto’s met een dieselmotor emissieklasse 3 of lager verbiedt in de centrumring van Den Haag, met uitzondering van de noordzijde. Eiser, die een Peugeot Partner bestelbus met een dergelijke dieselmotor rijdt, is het niet eens met dit besluit en heeft beroep ingesteld.
Eiser voert aan dat hij biologisch diesel gebruikt, dat vergelijkbare voertuigen wel zijn toegestaan, en dat oldtimers onterecht zijn vrijgesteld. Tevens betwist hij de onderbouwing van het besluit en stelt dat de subsidie onvoldoende is om een nieuw voertuig aan te schaffen. De rechtbank oordeelt dat het college een ruime beoordelingsruimte heeft en dat het verkeersbesluit niet in strijd is met wettelijke voorschriften of een onevenredige belangenafweging bevat.
De rechtbank stelt vast dat de onderzoeken waarop het besluit is gebaseerd niet ondeugdelijk zijn en dat het effect van de milieuzone, ook al is het gering, onderdeel is van een groter pakket aan maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit. De vrijstelling voor oldtimers volgt uit landelijke regelgeving en is gerechtvaardigd vanwege cultureel erfgoed. De overige bezwaren van eiser leiden niet tot een ander oordeel.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst zij de vordering af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het verkeersbesluit milieuzone Den Haag wordt ongegrond verklaard.