ECLI:NL:RBDHA:2022:13510
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen last onder bestuursdwang woningsluiting wegens drugs
Eiseres werd geconfronteerd met een last onder bestuursdwang op grond van artikel 13b van de Opiumwet, waarbij haar woning voor drie maanden gesloten zou worden wegens de vondst van een handelshoeveelheid harddrugs en aanwijzingen voor drugshandel.
Na bezwaar werd het besluit gehandhaafd, met een aangepaste sluitingsperiode. Eiseres stelde beroep in tegen dit bestreden besluit, stellende dat de sluiting onnodig was, in strijd met het Damoclesbeleid en diverse rechtsbeginselen zoals proportionaliteit en zorgvuldigheid. Zij verwees ook naar de door haar geleden schade door verbouwings- en verhuiskosten.
De rechtbank oordeelde dat het besluit feitelijk nooit is uitgevoerd omdat eiseres de woning voor de sluitingsdatum al had verlaten. Tevens heeft eiseres onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij schade heeft geleden die direct voortvloeit uit het besluit. De huurovereenkomst werd met wederzijds goedvinden beëindigd en de politieactie was niet de enige reden voor beëindiging.
Daarom ontbrak het aan procesbelang en werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M. van Nooijen op 9 december 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de last onder bestuursdwang tot woningsluiting is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.