ECLI:NL:RBDHA:2022:13544
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting maatregel van bewaring vreemdeling zonder motivering lichter middel in voortgangsrapportage
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is sinds 24 september 2022 in bewaring genomen op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelt dat de voortgangsrapportage onvoldoende gemotiveerd is, omdat niet is toegelicht waarom niet met een lichter middel kan worden volstaan, verwijzend naar een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
De rechtbank stelt vast dat zij de rechtmatigheid van de maatregel al eerder heeft getoetst tot het sluiten van het onderzoek op 6 oktober 2022. De vraag is nu of de voortzetting van de bewaring daarna rechtmatig is. Eiser heeft zijn gronden grotendeels laten vallen en betoogt primair dat verweerder een motiveringsplicht heeft in de voortgangsrapportage, subsidiair dat verweerder ten onrechte geen lichter middel toepast.
De rechtbank oordeelt dat uit het arrest van 8 november 2022 van het Hof van Justitie geen schriftelijke motiveringsplicht voor verweerder in voortgangsrapportages volgt. De voortgangsrapportage is een weergave van de vertrekhandelingen en relevante gebeurtenissen; toetsing vindt plaats op basis van het dossier en de procedure. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat nog steeds geen lichter middel mogelijk is, mede omdat eiser onvoldoende concrete acties tot medewerking heeft verricht. De annulering van een presentatie door Marokkaanse autoriteiten leidt niet tot een ander oordeel.
De rechtbank ziet geen grond voor onrechtmatigheid van de maatregel en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.