Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 11 mei 2021 met producties 1 tot en met 31;
- de conclusie van antwoord tevens voorwaardelijke reconventie met producties 1 tot en met 6;
- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie;
- het tussenvonnis van 20 april 2022, waarbij de mondelinge behandeling is bepaald;
- de brief van de zijde van de vrouw met producties 32 tot en met 40.
2.De feiten
Inkomensdeling
De partners zijn jaarlijks verplicht hun inkomsten uit arbeid op te tellen en na aftrek van voormelde kosten van de gemeenschappelijke huishouding bij helfte te verrekenen.
De vrouw stelt dat er van de kant van de man tijdens de samenleving onverteerd en overgespaard inkomen is geweest in de vorm van bonussen. Dat inkomen is overgemaakt op een pensioenpolis of pensioenvoorziening van de man. Zij vordert daar inzage in alsmede vordert zij de helft van de waarde daarvan.
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie
Naar aanleiding van uw laatste mail heb ik met client gesproken. Hij heeft aangegeven dat het zou kunnen zijn dat hij eenmalig een deel van een bepaalde bonus (client denkt rond de € 1.500,00) heeft aangewend om extra pensioen te sparen.”