ECLI:NL:RBDHA:2022:13629
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning uitweg wegens verkeersveiligheid en onnodigheid
Eiser vroeg een omgevingsvergunning aan voor het realiseren van een uitweg op een wijkontsluitingsweg, terwijl het perceel al een bestaande uitweg heeft. Het college weigerde de vergunning vanwege adviezen van de wegbeheerder, mobiliteit en politie over verkeersveiligheid en het belang van het veilig en doelmatig gebruik van de weg. Eiser stelde dat de uitweg noodzakelijk was voor het bouwen van twee woningen, maar kon geen bewijs overleggen van een principeverzoek of bouwvergunning.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht het advies van de gemeentelijke diensten en politie heeft gevolgd en dat er sprake is van een weigeringsgrond. De situatie van eiser was niet vergelijkbaar met eerdere gevallen waarin vergunningen werden verleend, omdat deze percelen geen uitweg hadden. Het college heeft de belangen van eiser zorgvuldig betrokken en was bereid de vergunning te verlenen indien aan voorwaarden werd voldaan, maar eiser maakte hier geen gebruik van.
De rechtbank concludeerde dat het belang van verkeersveiligheid zwaarder weegt dan het belang van eiser bij een extra uitweg en dat het weigeren van de vergunning niet onredelijk is. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning voor de uitweg wordt ongegrond verklaard.