ECLI:NL:RBDHA:2022:13698
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken levensontwrichtende woonsituatie
Eiseres verzocht het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om een urgentieverklaring vanwege medische klachten en een te kleine woning. Het primaire besluit en het daaropvolgende bezwaar werden afgewezen omdat niet voldaan werd aan de voorwaarden voor urgentie, met name omdat geen sprake was van een levensontwrichtende woonsituatie.
Eiseres stelde in beroep dat het tweede GGD-advies afweek van het eerste en dat er een andere geneeskundige had moeten worden geraadpleegd. Ook stelde zij dat de bezwaarmedewerker vooringenomen was. De rechtbank oordeelde dat het aangepaste GGD-advies terecht als leidend mocht worden beschouwd en dat geen vooringenomenheid was gebleken.
Verder achtte de rechtbank de weigeringsgronden gegrond, waaronder het onvoldoende reageren op het woningaanbod en het ontbreken van een urgent huisvestingsprobleem. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat de situatie van eiseres niet uitzonderlijk of schrijnend genoeg was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor eiseres geen urgentieverklaring krijgt en de kosten van de procedure niet worden vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.