ECLI:NL:RBDHA:2022:13699
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken urgent woonprobleem en geen toepassing hardheidsclausule
Eiser verzocht om een urgentieverklaring omdat hij gescheiden is, zijn minderjarige kinderen hem niet kunnen bezoeken in zijn huidige kamer, en hij kampt met long- en psychische klachten. Verweerder wees het verzoek af op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, omdat geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem.
Eiser voerde in beroep aan dat zijn medische en sociale situatie levensontwrichtend is en deed een beroep op de hardheidsclausule. Hij was inmiddels dakloos en leeft van een bijstandsuitkering, waardoor hij geen particuliere huurwoning kan verkrijgen. Medische verklaringen bevestigen dat hij gebaat is bij een zelfstandige woning voor herstel.
De rechtbank overweegt dat het restrictieve beleid van verweerder gericht is op een rechtvaardige verdeling van de schaarse woningvoorraad. De situatie van eiser, hoewel vervelend, is niet onderscheidend genoeg ten opzichte van andere woningzoekenden. Er is geen urgent huisvestingsprobleem, ook niet vanwege de scheiding, psychische klachten of dakloosheid. De hardheidsclausule is terecht niet toegepast.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en verweerder hoeft de kosten van de procedure niet te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de urgentieverklaring wordt geweigerd.