ECLI:NL:RBDHA:2022:13728

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 augustus 2022
Publicatiedatum
20 december 2022
Zaaknummer
AWB 22/42
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht en ontbreken besluit

Eiseres heeft op 4 januari 2022 beroep ingesteld, maar heeft het vereiste griffierecht van €184 niet betaald ondanks meerdere aanmaningen van de rechtbank. De rechtbank heeft eiseres hierom en vanwege het ontbreken van een kopie van het besluit waartegen het beroep is gericht, en de motivering van het geschil, het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank heeft eiseres meerdere brieven gestuurd om het griffierecht binnen vier weken te voldoen en om alsnog het besluit en de gronden aan te leveren. Deze brieven zijn deels aangetekend verstuurd, maar de herinneringsbrief werd niet opgehaald en de verzuimen zijn niet hersteld. Er is geen geldige reden gegeven voor het niet betalen van het griffierecht.

Gezien deze omstandigheden is het beroep niet-ontvankelijk verklaard conform artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank heeft het geschil inhoudelijk niet beoordeeld en ziet geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en het ontbreken van het besluit en gronden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/42

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 augustus 2022 in de zaak tussen

[eiseres], eiseres,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R. Aboukir),
en

verweerder onbekend, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres van 4 januari 2022.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 184,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 8 januari 2022 een brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Op 6 februari 2022 heeft de rechtbank aangetekend een herinneringsbrief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Deze aangetekende brief is op 25 februari 2022 retour gestuurd naar de rechtbank, omdat de brief niet is opgehaald. De retourzending is op 1 maart 2022 door de rechtbank ontvangen en diezelfde dag is de brief per gewone postzending nogmaals verstuurd.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven. Het beroep is alleen hierom al kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
6. Verder heeft te gelden dat de rechtbank eiseres op 5 januari 2022 een brief heeft gestuurd, waarin staat dat zij binnen vier weken een kopie moet opsturen van het besluit waartegen zij wil opkomen. Tevens diende eiseres aan te geven waarom zij het niet eens is met dat besluit. Eiseres heeft op deze brief niet gereageerd. Op 24 februari 2022 heeft de rechtbank eiseres een aangetekende brief gestuurd, waarin haar nogmaals een termijn van vier weken wordt gegeven om deze verzuimen te herstellen. Uit de track&trace-gegevens blijkt dat deze brief op 26 februari 2022 is afgehaald. Eiseres heeft tot op heden de verzuimen niet hersteld. Het beroep is ook om deze reden niet-ontvankelijk.
7. Gelet op de rechtsoverwegingen 5 en 6, komt de rechtbank niet toe aan een beoordeling van het inhoudelijke geschil tussen partijen.
8. Voor een vergoeding van de proceskosten van eiseres bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
mr. K.S. Smits, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.