ECLI:NL:RBDHA:2022:1382
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig ingediend bezwaar tegen WIA-uitkeringsbesluit
Eiseres was werkzaam als medewerkster klantenservice en meldde zich arbeidsongeschikt wegens neurologische klachten. Na haar aanvraag voor een WIA-uitkering werd deze toegekend in het primaire besluit van 31 augustus 2021. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Tegen dit besluit stelde zij geen beroep in, waardoor het onherroepelijk werd.
De werkgever maakte ook bezwaar tegen het primaire besluit, waarna het bestreden besluit van 8 mei 2020 werd genomen. Eiseres stelde beroep in tegen dit bestreden besluit. De rechtbank moest beoordelen of dit beroep ontvankelijk was.
Op grond van artikel 6:13 en Pro 7:1 Awb kan een belanghebbende geen beroep instellen als zij redelijkerwijs kan worden verweten geen bezwaar te hebben gemaakt. Omdat eiseres geen tijdig bezwaar had gemaakt tegen het primaire besluit en dit besluit onherroepelijk was, kon zij ook geen beroep instellen tegen het bestreden besluit.
Eiseres voerde aan dat haar gemoedstoestand en medische behandelingen haar verhinderden de bezwaartermijn in de gaten te houden, maar de rechtbank oordeelde dat dit voor haar rekening moest blijven. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van bezwaar tegen het primaire besluit.