ECLI:NL:RBDHA:2022:13827
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en verantwoordelijkheidsverdeling met Spanje
Eiser, een Sierra Leoonse nationaliteit dragende persoon, diende op 26 maart 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, lid 1, van de Vreemdelingenwet, omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Dit is vastgesteld via Eurodac-gegevens en bevestigd door de acceptatie van het overnameverzoek door Spanje op 17 mei 2022.
Eiser betwistte dit en verwees naar rapporten en brieven die wijzen op structurele tekortkomingen in de opvang en zorgen over pushbacks in Spanje, alsmede zijn status als mogelijk slachtoffer van mensenhandel. Ook voerde hij aan dat hij in Nederland een vriendin heeft en psychische klachten onder behandeling heeft. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Spanje in beginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een reëel risico op schending van fundamentele rechten bij overdracht.
De rechtbank stelde vast dat de problemen in Spanje niet dermate ernstig en structureel zijn dat overdracht onaanvaardbaar is. Ook was niet aannemelijk dat eiser slachtoffer is van mensenhandel met ontoereikende voorzieningen. De relatie met zijn vriendin was onvoldoende onderbouwd en zijn medische situatie rechtvaardigt geen uitzondering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier Ż.A. Meinert en is openbaar gemaakt op 21 december 2022. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.