Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 februari 2022 in de zaak tussen
Stichting Vestia, uit Rotterdam, eiseres
[derde-partij], uit Den Haag (hierna: de werkneemster).
Rechtbank Den Haag
De werkneemster, werkzaam als klantenservicemedewerkster, meldde zich in april 2017 arbeidsongeschikt wegens neurologische klachten en vroeg in maart 2019 een WIA-uitkering aan. Verweerder kende haar per oktober 2019 een loongerelateerde WGA-uitkering toe, gebaseerd op een medisch onderzoek dat volgens eiseres onvoldoende rekening hield met haar beperkingen en de duurzaamheid daarvan.
Eiseres stelde dat de werkneemster volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en dat het onderzoek van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige onzorgvuldig was, vooral op het gebied van cognitief functioneren. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts niet zelf onderzoek had verricht maar was uitgegaan van een onvolledig en niet valide neuropsychologisch onderzoek van Ergatis, waarbij geen helder beeld was verkregen.
De verzekeringsarts had nagelaten een geactualiseerd en volledig beeld van de beperkingen te verkrijgen en was voorbijgegaan aan het gemotiveerde standpunt van eiseres. Hierdoor was het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig en het besluit niet deugdelijk gemotiveerd. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuwe beslissing te nemen, waarbij ook het door eiseres overgelegde zorgplan betrokken kan worden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldig medisch onderzoek.