ECLI:NL:RBDHA:2022:13849
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens schending medewerkingsplicht door niet verschijnen
Eiser diende op 9 oktober 2020 een aanvraag in voor een bijstandsuitkering nadat zijn WIA-uitkering was stopgezet wegens arbeidsgeschiktheid. Verweerder vroeg nadere informatie en kende een voorschot toe. Uit onderzoek bleek dat eiser en zijn echtgenote op verschillende adressen woonden en dat echtscheidingsdocumenten ontbraken. Eiser werd uitgenodigd voor een gesprek op 28 december 2020 om zijn woon- en leefsituatie toe te lichten, maar hij verscheen niet.
Verweerder wees de aanvraag af en vorderde het voorschot terug, omdat eiser zijn medewerkingsplicht schond door niet te verschijnen. Eiser voerde aan dat de oproep kort voor kerst onzorgvuldig was en dat daardoor het besluit onrechtmatig was. De rechtbank oordeelde echter dat van een aanvrager mag worden verwacht dat hij zich regelmatig vergewist van correspondentie en tijdig reageert. De oproeptermijn was niet onredelijk kort.
Eiser had bovendien verklaard dat het opgegeven uitkeringsadres slechts een postadres was en hij feitelijk elders verbleef. Door niet te verschijnen kon verweerder de woon- en leefsituatie niet vaststellen, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser zijn medewerkingsplicht schond door niet te verschijnen, waardoor zijn recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.