ECLI:NL:RBDHA:2022:13861
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens niet gehoord zijn over familieleven met Nederlandse dochter
Eiser, een Nigeriaanse man, vroeg om een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij zijn echtgenote in Nederland. Tijdens de bezwaarprocedure werd de relatie verbroken, maar eiser stelde dat hij op grond van zijn familieleven met zijn Nederlandse dochter rechtmatig verblijf heeft volgens artikel 8 EVRM Pro en het arrest Chavez-Vilchez.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot verblijf en vond geen schending van artikel 8 EVRM Pro. Tevens zag hij af van het horen van eiser, omdat deze onvoldoende had onderbouwd hoe hij invulling gaf aan het familieleven met zijn dochter.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris had moeten horen vanwege de onduidelijkheden over de omgangsregeling, de woonplaats van eiser ten opzichte van zijn dochter, en de door eiser overgelegde bewijsstukken. Een hoorzitting had meer duidelijkheid kunnen geven over het feitelijke gezinsleven en de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en stelde een termijn van twaalf weken voor de staatssecretaris om een nieuw besluit te nemen, waarbij eiser alsnog gehoord moet worden. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het beroep al werd behandeld.
De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van eiser en verzoeker.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen waarbij eiser wordt gehoord over zijn familieleven met zijn dochter.