ECLI:NL:RBDHA:2022:13871
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op Ziektewetuitkering na PTSS en psychosociale problematiek
Eiser meldde zich op 13 december 2018 ziek vanuit de WW wegens lichamelijke en psychische klachten en kreeg een Ziektewetuitkering vanaf 24 december 2018. Verweerder stelde bij besluit van 18 december 2019 vast dat eiser vanaf 19 januari 2020 geen recht meer had op deze uitkering. Eiser maakte bezwaar en stelde dat zijn psychische klachten, waaronder PTSS door privéproblemen en dakloosheid, onvoldoende waren onderzocht en dat hij niet in staat was arbeid te verrichten.
De rechtbank benoemde een psychiater als deskundige, die meer beperkingen vaststelde dan eerder door de verzekeringsarts waren opgenomen. Desondanks concludeerde de arbeidsdeskundige dat deze extra beperkingen geen invloed hadden op de arbeidsongeschiktheid op de datum in geding. De rechtbank volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige, vond geen bijzondere omstandigheden om daarvan af te wijken en bevestigde dat eiser geen recht meer had op de ZW-uitkering.
De rechtbank oordeelde dat de geselecteerde functies passend waren en dat de medische grondslag van het bestreden besluit juist was. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering blijft in stand.