ECLI:NL:RBDHA:2022:13873
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs ernstige schade en bescherming in Colombia
Eiseres, een vrouw van Colombiaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na gedwongen prostitutie op de Turks- en Caicoseilanden en bedreigingen bij terugkeer in Colombia. De staatssecretaris wees haar aanvraag af omdat onvoldoende was aangetoond dat zij ernstige schade zou lijden bij terugkeer of dat de Colombiaanse autoriteiten haar geen bescherming konden bieden.
De rechtbank oordeelt dat het asielrelaas geloofwaardig is, maar dat de bescherming door Colombia voldoende is. Er is een doeltreffend juridisch systeem aanwezig, met mogelijkheden tot aangifte en vervolging, ondanks algemene corruptie. Eiseres heeft onvoldoende inspanningen verricht om bescherming te verkrijgen en er is geen bewijs dat zij zich niet elders in Colombia kan vestigen.
Ook is niet voldaan aan de criteria voor subsidiaire bescherming op grond van artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn, omdat geen uitzonderlijke situatie van willekeurig geweld in Colombia is vastgesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte ernstige schade en effectieve bescherming in Colombia.