ECLI:NL:RBDHA:2022:13875
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijk risico ernstige schade in Colombia
Eiseres, van Colombiaanse nationaliteit, vreesde ernstige schade bij terugkeer vanwege bedreigingen door een persoon die haar (stief)zus had gedwongen tot prostitutie. De staatssecretaris wees haar asielaanvraag af omdat niet was gebleken dat zij een reëel risico loopt op ernstige schade volgens artikel 3 EVRM Pro, noch dat de Colombiaanse autoriteiten onvoldoende bescherming bieden.
De rechtbank oordeelde dat het asielrelaas geloofwaardig was, maar dat Colombia een doeltreffend juridisch systeem heeft om bescherming te bieden. Eiseres had onvoldoende inspanningen verricht om bescherming te zoeken, zoals het doen van aangifte tegen de bedreiger. Ook was niet aangetoond dat zij zich niet elders in Colombia kon vestigen.
Verder concludeerde de rechtbank dat geen sprake was van een uitzonderlijke situatie van willekeurig geweld zoals bedoeld in artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn. De verwijzingen naar rapporten en ambtsberichten boden onvoldoende concrete aanwijzingen voor een ander oordeel.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvraag tot verblijfsvergunning afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot verblijfsvergunning asiel afgewezen wegens onvoldoende aannemelijk risico op ernstige schade.