Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij op of omstreeks 22 april 2021 te Noordwijkerhout [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door op korte afstand van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]
- een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, ter hand te nemen en/of door te laden, althans een beweging te maken alsof hij een vuurwapen doorlaadt en/of
- met dat (vuur)wapen in de hand richting [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te lopen en/of te rennen en/of
- dat (vuur)wapen op [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te richten en/of gericht te houden;
hij op of omstreeks 22 april 2021 te Noordwijk opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 600,2 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende
lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 22 april 2021 te Noordwijk opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 230 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 22 april 2021 te Noordwijk munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 44 patronen Sellier & Bellot 9x19mm, voorhanden heeft gehad;
hij op tijdstippen in de periode van 22 april 2021 tot en met 25 mei 2021 te Noordwijk en/of Hoofddorp, althans in Nederland, (een) voorwerp(en), te weten een contant geldbedrag van (ongeveer) € 2.523,23 en/of een contant geldbedrag van (ongeveer) € 3.500 en/of een contant geldbedrag van (ongeveer) € 3.189,60, heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van die/dat voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig
(eigen)misdrijf;
hij op tijdstippen in de periode van 22 april 2021 tot en met 25 mei 2021 te Noordwijk en/of Hoofddorp, althans in Nederland, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van cocaïne, zijnde cocaïne, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te
bevorderen
- een hoeveelheid van 600,2 gram cocaïne,
- een contant geldbedrag van (ongeveer) € 2.523,23 en/of een contant geldbedrag van (ongeveer) € 3.500 en/of een contant geldbedrag van (ongeveer) € 3.189,60,
- een hoeveelheid ponypacks,
- een hoeveelheid verpakkingsmateriaal,
- een hoeveelheid versnijdingsmiddel,
- een (papieren) lijst met diverse namen en/of (bijbehorende) telefoonnummers,
- meerdere mobiele telefoons,
- een weegschaal en/of
- een (personen)auto (met [kenteken 1] ),
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat/die zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 25 mei 2021 te Katwijk en/of Noordwijk en/of Leiden en/of Rijnsburg en/of Noordwijkerhout en/of Hoofddorp, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer
anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 25 mei 2021 te Katwijk en/of Noordwijk en/of Leiden en/of Rijnsburg en/of Noordwijkerhout en/of Hoofddorp, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer
anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep en/of hasjiesj, zijnde hennep en/of hasjiesj (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 25 mei 2021 te Katwijk en/of Noordwijk en/of Leiden en/of Rijnsburg en/of Noordwijkerhout en/of Hoofddorp, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere)
[naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of één of meer (nog) onbekende personen,
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet;
3.De bewijsbeslissing
- pagina 1 t/m 1.876 van het algemeen dossier, aan te duiden met ‘AD’;
- pagina 1 t/m 288 van het ‘Aanvullend procesdossier - Overige Dossiers’, aan te duiden met ‘OD’; en
- pagina 1 t/m 280 van ‘ [procesdossier] ’, aan te duiden met PD.
ik ben strapped’ en ‘
ik stapte uit met die ding, ze reden kankerhard weg’ gebruikt. Bovendien acht de rechtbank onaannemelijk dat de aangevers, die met zijn tweeën waren, zodanig van een ploertendoder onder de indruk zouden zijn geweest dat zij direct met hoge toeren en piepende banden zouden wegrijden.
Je hebt €150,- verdiend. Goed bezig tijger. Betaal ik beter dan de snackbar?’op 14 mei 2021, en ‘
€ 120,- voor vandaag’op 15 mei 2021. Op beide dagen volgen deze uitspraken na een gesprek waarin een hele reeks adressen, geldbedragen en gebruikershoeveelheden drugs voorbij zijn gekomen. Vergelijkbare gesprekken voert de verdachte met [naam 3] en [naam 4] . Na de aanhouding van [naam 1] op 27 maart 2021 zegt de verdachte in een afgeluisterd tapgesprek dat [naam 1] niet veel bij zich had, maar wel de ‘werktellie’. In een gesprek met [naam 14] zegt de verdachte dat hij ‘
iemand voor de ochtend en middag heeft, 1 iemand die de financiën regelten
‘de werktel heeft’. Uit de gesprekken blijkt ook dat de verdachte in korte tijd veel adressen, bestellingen en prijzen stuurt. De bezorgers worden letterlijk van adres naar adres gestuurd. De bezorgers vragen de verdachte ook om instructies en wat zij met hun laatste voorraad moeten doen.
hij op 22 april 2021 te Noordwijkerhout [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door
- een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, ter hand te nemen en door te laden, althans een beweging te maken alsof hij een vuurwapen doorlaadt en
hij op 22 april 2021 te Noordwijk opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne;
hij op 22 april 2021 te Noordwijk opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 230 gram hennep;
hij op 22 april 2021 te Noordwijk munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 44 patronen Sellier & Bellot 9x19mm, voorhanden heeft gehad;
hij in de periode van 22 april 2021 tot en met 25 mei 2021 in Nederland een geldbedrag van
dievoorwerp
enafkomstig
warenuit eigen misdrijf;
hij in de periode van 22 april 2021 tot en met 25 mei 2021 in Nederland, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van cocaïne, voor te bereiden en/of te bevorderen
- een hoeveelheid cocaïne,
- een geldbedrag van € 2.523,23 en een geldbedrag van € 3.500 en een contant geldbedrag van € 3.189,60,
- een hoeveelheid ponypacks,
- een hoeveelheid verpakkingsmateriaal,
- een hoeveelheid versnijdingsmiddel,
- meerdere mobiele telefoons,
- een weegschaal en
- een personenauto (met [kenteken 1] ),
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten;
hij op tijdstippen in de periode van 1 april 2020 tot en met 25 mei 2021 te Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, een hoeveelheid cocaïne;
hij in de periode van 1 april 2020 tot en met 25 mei 2021 te Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten
de verdachte en[naam 1] en [naam 2] en [naam 3] en [naam 4] en één of meer
anderepersonen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 vierde Pro lid Opiumwet;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maandenpassend en geboden. Voor oplegging van een voorwaardelijk strafdeel ziet de rechtbank, gelet op de proceshouding en de houding van de verdachte naar de reclassering, geen aanleiding.
7.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel
8.De inbeslaggenomen voorwerpen
9.De toepasselijke wetsartikelen
12.De beslissing
36 (ZESENDERTIG) MAANDEN;