Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij op of omstreeks 27 maart 2021 te Noordwijkerhout, gemeente Noordwijk, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 16 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 27 maart 2021 te Noordwijkerhout, gemeente Noordwijk, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een contant geldbedrag van (ongeveer) € 2205 euro, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat dit voorwerp geheel of
gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was uit enig
(eigen)misdrijf;
hij op of omstreeks 27 maart 2021 te Noordwijkerhout, gemeente Noordwijk, althans in Nederland, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van cocaïne, zijnde cocaïne, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen
- een hoeveelheid van (ongeveer) 16 gram cocaïne ((voor)verpakt in envelopjes/smartseals) en/of
- een contant geldbedrag van (ongeveer) € 2205 (in verschillende coupures) en/of
- drie, althans meerdere, mobiele telefoons
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat/die zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
hij op of omstreeks 15 mei 2021 te Noordwijk, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 45 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 15 mei 2021 te Noordwijk, althans in Nederland, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van cocaïne, zijnde
cocaïne, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen
- een hoeveelheid van (ongeveer) 45 gram cocaïne ((voor)verpakt in ponypacks) en/of
- een contant geldbedrag van (ongeveer) € 165 (in verschillende coupures) en/of
- een mobiele telefoon en/of
- een (personen)auto (met [kenteken 1] )
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat/die zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
hij op of omstreeks 1 juni 2021 te Noordwijk, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 55.09 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 1 juni 2021 te Noordwijk, althans in Nederland, (een) voorwerp(en), te weten een contant geldbedrag van (ongeveer) € 195 euro en/of een pot met muntgeld, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was/waren uit enig
(eigen)misdrijf;
hij op of omstreeks 1 juni 2021 te Noordwijk, althans in Nederland, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van cocaïne, zijnde cocaïne, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen
- een hoeveelheid van (ongeveer) 41 gram cocaïne en/of
- twaalf, althans meerdere, mobiele telefoons en/of
- een (grote) hoeveelheid (gevouwen en/of ongevouwen) ponypacks en/of
- meerdere opwaardeerkaarten en/of
- een weegschaal en/of
- een envelop met hierop namen en/of geldbedragen geschreven
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat/die zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 25 mei 2021 te Katwijk en/of Noordwijk en/of Leiden en/of Rijnsburg en/of Noordwijkerhout en/of Hoofddorp, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 25 mei 2021 te Katwijk en/of Noordwijk en/of Leiden en/of Rijnsburg en/of Noordwijkerhout en/of Hoofddorp, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer
anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep en/of hasjiesj, zijnde hennep en/of hasjiesj (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 25 mei 2021 te Katwijk en/of Noordwijk en/of Leiden en/of Rijnsburg en/of Noordwijkerhout en/of Hoofddorp, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [verdachte 1] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of één of meer (nog) onbekende personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet.
3.De bewijsbeslissing
- pagina 1 t/m 1876 van het algemeen dossier, aan te duiden met ‘AD’;
- pagina 1 t/m 288 van het ‘Aanvullend procesdossier - Overige Dossiers’, aan te duiden met ‘OD’; en
- pagina 1 t/m 280 van ‘Procesdossier [verdachte 1] ’, aan te duiden met PD.
Je hebt €150,- verdiend. Goed bezig tijger. Betaal ik beter dan de snackbar?’op 14 mei 2021, en ‘
€ 120,- voor vandaag’op 15 mei 2021. Op beide dagen volgen deze uitspraken na een gesprek waarin een hele reeks adressen, geldbedragen en gebruikershoeveelheden drugs voorbij zijn gekomen. Vergelijkbare gesprekken voert [medeverdachte 4] met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Na de aanhouding van de verdachte op 27 maart 2021 zegt [medeverdachte 4] in een afgeluisterd tapgesprek dat de verdachte niet veel bij zich had, maar wel de ‘werktellie’. In een gesprek met [naam 4] zegt [medeverdachte 4] dat hij ‘
iemand voor de ochtend en middag heeft, 1 iemand die de financiën regelten
‘de werktel heeft’. Uit de gesprekken blijkt ook dat [medeverdachte 4] in korte tijd veel adressen, bestellingen en prijzen stuurt. De bezorgers worden letterlijk van adres naar adres gestuurd. De bezorgers vragen [medeverdachte 4] ook om instructies en wat zij met hun laatste voorraad moeten doen.
hij op 27 maart 2021 te Noordwijkerhout opzettelijk aanwezig heeft gehad 16 gram van een materiaal bevattende cocaïne;
hij op 27 maart 2021 te Noordwijkerhout een voorwerp, te weten een contant geldbedrag van € 2205 euro, voorhanden heeft gehad terwijl hij wist dat dit voorwerp afkomstig was uit eigen misdrijf;
hij op 27 maart 2021 te Noordwijkerhout, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van cocaïne, voor te bereiden en/of te bevorderen
- een hoeveelheid cocaïne verpakt in envelopjes, en
- een contant geldbedrag van € 2205 (in verschillende coupures) en
- mobiele telefoons
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit;
hij op 15 mei 2021 te Noordwijk opzettelijk aanwezig heeft gehad 45 gram van een materiaal bevattende cocaïne;
hij op 15 mei 2021 te Noordwijk, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van cocaïne, voor te bereiden en/of te bevorderen
- een hoeveelheid cocaïne verpakt in ponypacks en
- een contant geldbedrag van € 165 (in verschillende coupures) en
- een mobiele telefoon en
- een personenauto (met [kenteken 1] )
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit;
hij op 1 juni 2021 te Noordwijk opzettelijk aanwezig heeft gehad 55.09 gram van een materiaal bevattende cocaïne;
hij op 1 juni 2021 te Noordwijk voorwerpen, te weten een contant geldbedrag van € 195 euro en een pot met muntgeld, voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat deze voorwerpen afkomstig waren uit eigen misdrijf;
hij op 1 juni 2021 te Noordwijk, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van cocaïne, voor te bereiden en/of te bevorderen
- een hoeveelheid cocaïne en
- een grote hoeveelheid gevouwen en ongevouwen ponypacks en
- meerdere opwaardeerkaarten en
- een weegschaal
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit;
hij op tijdstippen in de periode van 16 juli 2020 tot en met 25 mei 2021 te Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne;
hij in de periode van 16 juli 2020 tot en met 25 mei 2021 te Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [verdachte 1] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en
anderepersonen
te weten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10, vierde lid Opiumwet;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
- meldplicht bij de reclassering;
- Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname);
- Contactverbod met medeverdachten; en
- Meewerken aan middelencontrole.
gevangenisstraf van 24 maandenpassend en geboden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht,
waarvan 19 maanden en 6 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Dit zou de verdachte ervan moeten weerhouden om zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken en kan bijdragen aan een oplossing voor de problematiek van de verdachte en zo de kans op recidive terugdringen. Daarnaast legt de rechtbank een
taakstraf van 240 urenop. De rechtbank acht het onwenselijk dat de verdachte terug naar de gevangenis moet, maar vindt dat de door hem tot nog toe uitgezeten gevangenisstraf onvoldoende in verhouding staat met de ernst van de door hem gepleegde feiten, waardoor een aanvullende taakstraf passend en geboden is.
7.De inbeslaggenomen voorwerpen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
24 (VIERENTWINTIG) MAANDEN;
19 (negentien) maanden en 6 (zes) dagen, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
240 (TWEEHONDERDVEERTIG) UREN;