ECLI:NL:RBDHA:2022:13923
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over ontbreken fysiek spreekuuronderzoek bij ZW-uitkering
Eiser, een taxichauffeur die zich ziekmeldde vanwege rugklachten, ontving een Ziektewetuitkering die per 2 november 2020 werd beëindigd omdat hij volgens de verzekeringsarts voor minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Eiser betwistte dit en stelde dat er geen fysiek spreekuuronderzoek had plaatsgevonden, waardoor zijn beperkingen onjuist waren vastgesteld. Hij overhandigde medische informatie ter onderbouwing van zijn psychische en lichamelijke klachten.
De rechtbank stelde vast dat in zowel de primaire als de bezwaarprocedure geen fysiek onderzoek door een verzekeringsarts had plaatsgevonden. De verzekeringsarts die bezwaar en beroep behandelde, motiveerde onvoldoende waarom afzag werd gedaan van een fysiek onderzoek. De rechtbank oordeelde dat het rapport onzorgvuldig tot stand was gekomen en dat het bestreden besluit in strijd was met artikel 3:2 Awb Pro.
De rechtbank gaf verweerder de gelegenheid het gebrek te herstellen door eiser alsnog te laten onderzoeken door een verzekeringsarts, inclusief een mogelijk nieuw arbeidsdeskundig onderzoek. De procedure werd aangehouden tot de einduitspraak, waarbij ook de beslissing over griffierecht en proceskosten werd uitgesteld.
Uitkomst: De rechtbank draagt de verweerder op om eiser alsnog te onderzoeken door een verzekeringsarts en houdt de verdere beslissing aan.