ECLI:NL:RBDHA:2022:13942
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublin-verantwoordelijkheid Italië
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat volgens het bestreden besluit Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 1 december 2022 behandeld. Verzoeker was aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk, terwijl de staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter heeft bij uitspraak op 16 december 2022 het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, mede omdat in een gelijktijdig vonnis in zaaknummer NL22.21467 reeds op het beroep is beslist. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Deze uitspraak bevestigt dat de Dublin-verordening toepassing vindt en dat de verantwoordelijkheid voor de asielprocedure bij Italië ligt, waardoor de Nederlandse staatssecretaris terecht de aanvraag niet in behandeling heeft genomen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is afgewezen.