ECLI:NL:RBDHA:2022:13945
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet
Eiser is sinds 25 augustus 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten en beoordeelt of de bewaring sinds het sluiten van het vorige onderzoek rechtmatig is.
Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt en dat de maximale termijn van bewaring wordt overschreden. Ook stelt hij dat de belangenafweging in zijn nadeel uitvalt en dat de periodieke toetsing van de bewaring niet tijdig heeft plaatsgevonden. De rechtbank oordeelt dat eiser zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd en dat de bewaring rechtmatig is, mede omdat de termijn opnieuw is aangevangen bij oplegging van de huidige maatregel.
Verder overweegt de rechtbank dat de belangenafweging niet in het voordeel van eiser uitvalt, mede omdat de uitzetting niet mogelijk is door proceshandelingen van eiser zelf. De verwijzing naar uitspraken van het Hof van Justitie over periodieke toetsing leidt niet tot het oordeel dat de bewaring onrechtmatig is geworden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft gehandhaafd.