ECLI:NL:RBDHA:2022:13951

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 december 2022
Publicatiedatum
22 december 2022
Zaaknummer
NL22.9306
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42 Vw
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingebrekestelling bij asielaanvraag

Eiser diende op 7 november 2021 een asielaanvraag in bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De beslistermijn voor deze aanvraag bedraagt zes maanden volgens artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde verweerder op 7 mei 2022 in gebreke, terwijl de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Hierdoor werd de ingebrekestelling als prematuur beoordeeld.

De rechtbank oordeelde dat een prematuur ingediende ingebrekestelling niet voldoet aan de voorwaarden voor het instellen van beroep op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Bovendien bleek niet dat eiser na het verstrijken van de beslistermijn alsnog een geldige ingebrekestelling heeft gedaan. Hierdoor was het beroep niet-ontvankelijk.

De rechtbank wees een proceskostenveroordeling af en deed uitspraak zonder zitting op basis van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. De uitspraak werd gedaan door rechter W. Anker en griffier N.H. de Zeeuw en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.9306

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. E.W.B. van Twist),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. [1]

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing
van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit
met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het
beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een
besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling
door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eiser heeft op 7 november 2021 een asielaanvraag ingediend. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vw [2] bedraagt de beslistermijn zes maanden. De rechtbank stelt vast dat verweerder geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheden in het vierde en het vijfde lid om deze termijn te verlengen. Eiser heeft verweerder op 7 mei 2022 in gebreke gesteld. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. De ingebrekestelling is daarmee prematuur. Dit betekent dat in dit geval niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep.
3. Dat na de ingebrekestelling nog steeds niet is beslist, maakt ook niet dat sprake is van een geldige ingebrekestelling. Niet is gebleken dat eiser na het verstrijken van de beslistermijn van zes maanden verweerder alsnog in gebreke heeft gesteld.
4. Gelet op het voorgaande is het beroep niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. N.H. de Zeeuw, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Vreemdelingenwet 2000.