ECLI:NL:RBDHA:2022:13951
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser diende op 7 november 2021 een asielaanvraag in bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De beslistermijn voor deze aanvraag bedraagt zes maanden volgens artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde verweerder op 7 mei 2022 in gebreke, terwijl de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Hierdoor werd de ingebrekestelling als prematuur beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat een prematuur ingediende ingebrekestelling niet voldoet aan de voorwaarden voor het instellen van beroep op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Bovendien bleek niet dat eiser na het verstrijken van de beslistermijn alsnog een geldige ingebrekestelling heeft gedaan. Hierdoor was het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank wees een proceskostenveroordeling af en deed uitspraak zonder zitting op basis van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. De uitspraak werd gedaan door rechter W. Anker en griffier N.H. de Zeeuw en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.