ECLI:NL:RBDHA:2022:13968
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting naar Bulgarije in asielprocedure
Verzoeker heeft sinds augustus 2021 internationale bescherming in Bulgarije en diende in oktober 2022 een nieuwe asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. Verzoeker verwees onder meer naar recente jurisprudentie en rapporten die een verslechterde situatie voor statushouders in Bulgarije aantonen, en stelde dat terugkeer in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
De voorzieningenrechter nam kennis van twee lopende hoger beroepsprocedures bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die vergelijkbare casussen behandelen en waarin wordt onderzocht of het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog geldt voor personen met een Bulgaarse beschermingsstatus. De behandeling van deze zaken staat gepland in het eerste kwartaal van 2023.
Gezien het belang van verzoeker om de uitkomst van deze procedures af te wachten en de redelijke kans van slagen van het beroep, besloot de voorzieningenrechter het bestreden besluit te schorsen en de uitzetting te verbieden totdat op het beroep is beslist. Tevens werden de proceskosten van verzoeker aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en de uitzetting van verzoeker naar Bulgarije wordt verboden totdat op het beroep is beslist.