ECLI:NL:RBDHA:2022:14034
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onjuiste vaststelling dagloon bij Wazo-uitkering na wijziging dienstbetrekking
Eiseres, een werkgever, betwistte de vaststelling van het dagloon door verweerder bij de berekening van een Wazo-uitkering voor een werkneemster die haar dienstverband wijzigde van 8 naar 24 uur per week per 1 januari 2021. Verweerder had het dagloon berekend over de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 april 2021, waarbij het loon uit de verschillende dienstbetrekkingen werd opgeteld.
De rechtbank stelde vast dat het recht op de Wazo-uitkering is ontstaan vanuit de gewijzigde dienstbetrekking per 1 januari 2021, en dat het dagloon daarom alleen over de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 april 2021 had moeten worden berekend. Het standpunt van verweerder dat het dagloon over de gehele periode moest worden berekend, leidde tot een onredelijke en onrechtvaardige uitkomst.
Omdat verweerder ten onrechte de som van de lonen uit verschillende dienstbetrekkingen als uitgangspunt had genomen, oordeelde de rechtbank dat het bestreden besluit onjuist was. De rechtbank vernietigde het besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onjuiste vaststelling van het dagloon.