Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Het verloop van de procedure
Overwegingen
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek tot toekenning van immateriële schadevergoeding af.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Den Haag
Betrokkene is op 2 mei 2020 beboet wegens het negeren van een rood verkeerslicht op het Azaleaplein te ’s-Gravenhage. Hij stelde zich op het standpunt dat hij de overtreding niet had begaan en ontkende dit bij staande houding. De verbalisant verklaarde echter dat betrokkene het rode licht had genegeerd en vervolgde zijn weg, wat door de rechtbank voldoende specifiek en overtuigend werd bevonden.
Betrokkene stelde beroep in tegen de verkeersboete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter. De gemachtigde voerde aan dat de redelijke termijn was overschreden en dat daarom matiging van de boete en toekenning van immateriële schadevergoeding op zijn plaats waren.
De kantonrechter stelde vast dat de redelijke termijn inderdaad was overschreden, maar volgde de vaste jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat dit alleen wordt geconstateerd zonder dat dit leidt tot matiging van de boete. De inhoudelijke bezwaren van betrokkene werden verworpen omdat de verklaring van de verbalisant voldoende duidelijk was.
De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot immateriële schadevergoeding af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter J.R.K.A.M. Waasdorp op 22 december 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot immateriële schadevergoeding afgewezen ondanks overschrijding van de redelijke termijn.